Systemisch werk

Met een systemische blik kijken wil zeggen dat er verder gekeken wordt dan het individu. Het individu beweegt zich altijd in een groter veld (partner, gezin, familie, vriendenkring, werkveld, maatschappij,…) en brengt dus ook iets mee uit dit veld.

De wortels van het systemisch werk liggen in de gestalttheorie, de contextuele therapie en het psychodrama. Eén van de manieren om systemisch te werken zijn opstellingen.
Door te werken met opstellingen kan op een praktische manier helder worden wat in een groter systeem maakt dat een ontwikkelingsproces stagneert of stroef verloopt én waar de potentie zit. Een opstelling kan dienen om de ordening, de hiërarchie en de balans tussen geven en nemen in een systeem te herstellen. Zij kan ook dienen om nieuwe informatie over de problematiek te verzamelen of een situatie te diagnosticeren. In alle gevallen wordt het gewaarzijn verhoogd wat tussen individu en het systeem speelt.

In een opstelling ligt de focus net als in de gestalt op de wisselwerking van het individu met het grotere veld of omgeving..

Een opstelling kan gedaan worden met een groep, relatie én individueel. Wat opgesteld wordt kan heel verschillend zijn bijvoorbeeld:
•  gehelen zoals familie, opleiding, team, relatie
•  fenomenen zoals werkdruk, financiën
•  tijdselementen zoals verleden, heden, toekomst
•  taken en functies zoals verpleegkundige, leidinggevende
•  symbolen en gevoelens